In het kort
- De legitieme portie is het wettelijk gegarandeerde minimumaandeel van een kind in de nalatenschap van een ouder, ook als dat kind is onterfd (art. 4:63 BW).
- Een onterfde legitimaris heeft recht op inzage in de boedelbeschrijving en de administratie van de executeur, waaronder schenkingen uit het verleden (art. 4:78 BW).
- De legitieme massa omvat het vermogen op de sterfdag, verminderd met de schulden en vermeerderd met bepaalde giften zoals opgesomd in art. 4:67 BW. Giften aan afstammelingen tellen in beginsel altijd mee; giften aan derden onder meer als zij binnen vijf jaar voor het overlijden zijn gedaan of kennelijk bedoeld waren om de legitieme portie te verkleinen.
- De mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt op grond van art. 4:85 BW als de legitimaris niet binnen een door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en in elk geval uiterlijk vijf jaar na het overlijden, verklaart dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.
- Als de executeur geen of onvolledige informatie verstrekt, kan de rechter worden gevraagd medewerking af te dwingen.
Dit praktijkvoorbeeld is geanonimiseerd en gebaseerd op meerdere zaken uit onze praktijk.
Wat was de situatie?
Een volwassen kind ontdekte kort na het overlijden van een ouder dat zij volledig was onterfd. De nalatenschap was nagelaten aan de andere ouder, die tevens als executeur was aangesteld. Het kind wist dat zij als legitimaris (kind met wettelijk recht op een legitieme portie) recht had op een deel van de nalatenschap, maar had geen enkel inzicht in de omvang ervan.
De executeur reageerde terughoudend op verzoeken om informatie. Er kwamen geen bankafschriften, geen overzicht van bezittingen en geen informatie over schenkingen die de ouder bij leven had gedaan aan andere familieleden. De sfeer was beladen: het ging niet alleen om geld, maar om het gevoel buitengesloten te zijn uit een erfenis die zij als vanzelfsprekend onderdeel van haar familie had beschouwd.
Intussen liep de tijd. Vanaf het overlijden begon de vijfjarige termijn te lopen waarbinnen zij haar recht op de legitieme portie moest opeisen, terwijl zij niet wist hoe zij dat moest doen zonder de benodigde informatie.
De complicerende factor in deze zaak was dat de executeur nauw betrokken was bij de familie en kennelijk ook persoonlijk belang had bij een lage waardering van de nalatenschap. Dat maakte het opvragen van stukken niet alleen juridisch, maar ook praktisch een uitdaging.
Wat speelt er juridisch?
De legitieme portie is in Boek 4 BW geregeld en bestaat uit een geldvordering ter grootte van de helft van het wettelijk erfdeel waarop de legitimaris bij versterf aanspraak zou hebben gehad. Voor een enig kind is dat de helft van de volledige nalatenschap; bij meerdere kinderen wordt het erfdeel naar rato berekend.
Om de legitieme portie te kunnen berekenen, moet eerst de legitieme massa worden vastgesteld, de grondslag voor de berekening van de legitieme portie. Die bestaat uit het vermogen op de sterfdag, verminderd met de schulden, en vermeerderd met bepaalde giften zoals opgesomd in art. 4:67 BW. Giften aan afstammelingen tellen in beginsel altijd mee, ongeacht hoe lang geleden ze zijn gedaan. Giften aan derden tellen mee als ze binnen vijf jaar voor het overlijden zijn gedaan, of als ze kennelijk bedoeld waren om de legitieme portie te verkleinen.
Op grond van art. 4:78 BW heeft de legitimaris recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden en op alle daartoe strekkende inlichtingen die nodig zijn om zijn legitieme portie te berekenen. In de praktijk betekent dit dat de executeur een volledig overzicht van bezittingen, schulden en relevante giften moet verstrekken. Weigert de executeur, dan kan de rechter worden gevraagd nakoming af te dwingen.
De mogelijkheid om de legitieme portie te vorderen vervalt op grond van art. 4:85 BW als de legitimaris niet binnen een redelijke, door een belanghebbende gestelde termijn en in ieder geval niet later dan vijf jaar na het overlijden een beroep op zijn legitieme portie doet. Die termijn is hard: na verloop ervan vervalt deze aanspraak definitief.
Hoe pakt een advocaat dit aan?
Het vertrekpunt is steeds hetzelfde: de juridische positie van de legitimaris helder krijgen en de termijn veiligstellen. Een sterke aanspraak die te laat wordt ingediend, heeft immers geen waarde meer.
De eerste stap is het formeel aanschrijven van de executeur met een beroep op art. 4:78 BW. De advocaat vraagt daarin om alle informatie en bescheiden die nodig zijn om de legitieme portie te berekenen, inclusief een boedelbeschrijving en een overzicht van relevante giften. Dat laatste is cruciaal: juist giften aan andere erfgenamen, ook als ze jaren eerder zijn gedaan, kunnen de legitieme massa verhogen.
Als de executeur niet of onvolledig reageert, zijn er meerdere routes. De meest directe is een kort geding of een verzoek aan de kantonrechter om medewerking af te dwingen. In de praktijk leidt een formele sommatie door een advocaat vaak al tot meer medewerking, omdat de executeur weet dat verdere tegenwerking afdwingbaar is en kosten met zich meebrengt.
Zodra de informatie beschikbaar is, wordt de legitieme massa berekend en de vordering vastgesteld. De uitkering kan in beginsel in geld worden gevorderd, tenzij de erfgenamen en de legitimaris anders overeenkomen. Pas als de omvang vaststaat, kan worden beoordeeld of de zaak zich leent voor een schikking buiten rechte of dat een procedure noodzakelijk is.
Wat zien wij vaker in dit soort zaken?
Zaken over de legitieme portie verlopen zelden soepel wanneer de executeur ook erfgenaam is. De dubbele rol van executeur en erfgenaam leidt in de praktijk structureel tot informatieachterstanden: de executeur heeft er persoonlijk belang bij dat de nalatenschap laag wordt gewaardeerd, terwijl de legitimaris er belang bij heeft dat alle bezittingen en giften volledig in beeld komen. Dat fundamentele tegenstrijdig belang is de kern van de meeste conflicten die wij in dit type zaak zien.
Wij zien ook dat legitimarissen te lang wachten. Door verdriet, familiedruk en juridische onzekerheid verstrijken vaak maanden zonder dat er actie wordt ondernomen. De vijfjarige termijn lijkt lang, maar voor zaken waarbij de informatieverstrekking moeizaam verloopt en berekeningen moeten worden gemaakt, is die termijn in de praktijk krap.
Een patroon dat wij regelmatig tegenkomen: giften die de overledene in de laatste jaren voor het overlijden heeft gedaan aan andere kinderen of aan een nieuwe partner, en die bewust buiten het zicht van de legitimaris zijn gehouden. Die giften tellen op grond van art. 4:67 BW mee bij de berekening van de legitieme massa, maar zijn alleen boven water te krijgen als de executeur verplicht wordt tot volledige informatieverstrekking.
Vroeg juridisch advies maakt een groot verschil. Door de aanspraak tijdig vast te leggen en informatie formeel op te vragen, staat de legitimaris veel sterker als advocaat erfrecht de zaak begeleidt. Dat geldt ook als de zaak buiten de rechter om wordt opgelost.
Herkent u deze situatie?
In een adviesgesprek brengt onze erfrechtadvocaat uw positie als legitimaris in kaart en bespreken wij welke routes er zijn. Na uw aanmelding neemt ons secretariaat binnen een werkdag contact met u op.
Bespreek uw situatie met ons


