Zoek

Contact

Uit de praktijk

Onterfd in een nalatenschap zonder executeur

Door Carla Simmelink, advocaat familierecht & erfrecht

Laatst bijgewerkt op: 27 april 2026

Een onterving wordt vaak pas duidelijk in de weken na een overlijden, wanneer een testament wordt gevonden of door een notaris kenbaar gemaakt. Voor een onterfd kind volgt dan de vraag of de legitieme portie de moeite waard is om op te eisen. Dat begint met inzicht: in de omvang van de nalatenschap, de schulden, en de schenkingen die de overledene tijdens zijn leven heeft gedaan.

In een nalatenschap met een executeur is duidelijk wie de informatie moet verstrekken. Zonder executeur ligt die plicht rechtstreeks bij de erfgenamen zelf. Meer over de juridische achtergrond leest u op onze pagina’s over legitieme portie en onterving en verdelen van een nalatenschap.

In het kort

  • Een legitimaris die niet erfgenaam is, heeft recht op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft (art. 4:78 lid 1 BW).
  • Dit recht geldt niet alleen tegenover een executeur, maar ook rechtstreeks tegenover de erfgenamen wanneer geen executeur is aangesteld.
  • De informatieplicht omvat in elk geval de boedelbeschrijving, bankafschriften en gegevens over schenkingen tijdens leven.
  • Bij weigering kan de kantonrechter worden gevraagd erfgenamen onder ede te laten verklaren dat de boedelbeschrijving deugdelijk is (art. 4:78 lid 2 BW).
  • De aanspraak op de legitieme portie vervalt op grond van art. 4:85 BW als deze niet binnen vijf jaar na het overlijden wordt ingeroepen.

Dit praktijkvoorbeeld is geanonimiseerd en gebaseerd op meerdere zaken uit onze praktijk.

Wat was de situatie?

Een volwassen kind ontdekte na het overlijden van een ouder dat zij in het testament was onterfd. De nalatenschap was verdeeld onder de andere kinderen, die samen erfgenamen waren. Er was geen executeur aangesteld; de afwikkeling lag bij de erfgenamen zelf.

Het kind wist als legitimaris recht te hebben op een minimumdeel, maar had geen enkel zicht op de omvang van de nalatenschap of op eventuele schenkingen die de overledene tijdens zijn leven aan andere familieleden had gedaan. Vragen om informatie verliepen aanvankelijk goed, maar de aangeleverde overzichten waren onvolledig: een boedelbeschrijving op hoofdlijnen, geen onderliggende stukken, geen bankafschriften.

De erfgenamen voerden aan dat zij zelf ook geen compleet beeld hadden, omdat de overledene zijn administratie verspreid had bewaard en omdat sommige bezittingen al jaren niet meer onder zijn beheer waren. Inhoudelijk leek hun toon redelijk, maar de informatie die nodig was om de legitieme portie objectief te kunnen vaststellen, kwam niet boven tafel.

Wat speelt er juridisch?

Een legitimaris die niet erfgenaam is, heeft op grond van art. 4:78 lid 1 BW recht op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft. De wet verplicht hiertoe twee groepen: de met het beheer der nalatenschap belaste executeur, en de erfgenamen. Wanneer geen executeur is aangesteld, ligt de informatieplicht volledig bij de erfgenamen zelf.

De omvang van de informatieplicht is in de rechtspraak ruim uitgelegd. Het gaat niet alleen om een boedelbeschrijving op hoofdlijnen, maar om alle bescheiden die de legitimaris nodig heeft om de legitimaire massa objectief te kunnen vaststellen: bankafschriften over de periode voor het overlijden, gegevens over schenkingen, taxatierapporten, fiscale stukken zoals aangiften erfbelasting en inkomstenbelasting, en bescheiden waaruit blijkt of vermogen vlak voor het overlijden is verschoven.

De wet kent twee aanvullende routes wanneer informatie uitblijft. Op grond van art. 4:78 lid 2 BW kan de kantonrechter erfgenamen oproepen om de deugdelijkheid van de boedelbeschrijving onder ede te bevestigen. Daarnaast biedt art. 843a Rv een algemene exhibitievordering, waarmee specifieke stukken kunnen worden afgedwongen wanneer een belanghebbende daarbij rechtmatig belang heeft.

Voor de termijn geldt art. 4:85 BW: een onterfde legitimaris moet binnen vijf jaar na het overlijden, of binnen een redelijke door belanghebbende gestelde termijn, kenbaar maken aanspraak te maken op de legitieme portie. Na deze termijn vervalt de aanspraak definitief.

Voor een algemene introductie op het Nederlandse erfrecht, de positie van erfgenamen en de afwikkeling van een nalatenschap verwijzen wij naar onze hoofdpagina over erfrecht.

Hoe pakt een advocaat dit aan?

In dit soort zaken begint een erfrecht advocaat met het opstellen van een gedetailleerde inventaris: welke bescheiden zijn nodig om de legitieme portie objectief vast te stellen, welke zijn al verstrekt, welke ontbreken, en welke aanwijzingen zijn er dat schenkingen of vermogensverschuivingen mogelijk hebben plaatsgevonden. Pas dan ontstaat een gerichte vraag aan de erfgenamen, geen open verzoek.

In de meeste zaken wegen wij twee routes tegen elkaar af. De eerste is een minnelijk traject: een formele sommatie aan alle erfgenamen waarin nauwkeurig is omschreven welke stukken op grond van art. 4:78 lid 1 BW worden verzocht, met een redelijke termijn voor reactie. Deze route is in de meeste gevallen de aangewezen eerste stap, omdat erfgenamen zonder executeur vaker onwetend zijn dan onwillig: een gestructureerde aanvraag biedt hen houvast over wat de wet van hen verwacht en voorkomt dat de discussie procedureel escaleert.

De tweede route is een verzoekschrift bij de kantonrechter op grond van art. 4:78 lid 2 BW, eventueel aangevuld met een vordering op grond van art. 843a Rv voor specifieke bescheiden. Deze route is aangewezen wanneer het minnelijk traject geen of een onvolledig resultaat oplevert, of wanneer er aanwijzingen zijn dat erfgenamen welbewust informatie achterhouden. De kantonrechter kan erfgenamen onder ede laten verklaren dat de boedelbeschrijving deugdelijk en volledig is, wat een effectief instrument is bij vermoedens van bewust onthouden gegevens. Voor wie nog oriënteert op de juridische positie zonder direct een dossier te openen, biedt een adviesgesprek de gelegenheid de zaak vooraf juridisch te wegen.

Wat zien wij vaker in dit soort zaken?

In nalatenschappen zonder executeur is onwetendheid vaker de oorzaak van informatieachterstand dan onwil. Erfgenamen die zelf moeten reconstrueren wat de overledene aan vermogen, schulden en schenkingen had, beschikken meestal niet over een centraal overzicht. Bankafschriften liggen verspreid, schenkingen aan andere familieleden zijn niet gedocumenteerd, en de fiscale geschiedenis is meestal alleen op verzoek bij de Belastingdienst opvraagbaar.

In dossiers waarbij erfgenamen samen een boedel afwikkelen, zien wij vaker dat schenkingen tijdens leven aan een specifieke erfgenaam pas op een laat moment naar boven komen. Niet uit kwade trouw, maar omdat erfgenamen elkaars bankgegevens niet kennen en omdat schenkingen vaak informeel hebben plaatsgevonden. Voor de berekening van de legitimaire massa zijn die schenkingen wel relevant: art. 4:67 BW bepaalt dat giften aan afstammelingen meetellen, en giften aan derden binnen vijf jaar voor het overlijden eveneens.

Vroegtijdig juridisch advies maakt in dit type zaken een groot verschil. Door een gestructureerde informatie-aanvraag op te stellen die de erfgenamen niet voor het blok zet maar wel volledig is, voorkomt een legitimaris dat een latere procedure nodig is. Erflaters hadden hun erfgenamen veel kunnen besparen door tijdens hun leven te documenteren welke schenkingen aan wie zijn gedaan. Een eenvoudig overzicht in een testament of een schriftelijke aantekening voorkomt jaren later een discussie waarin geheugen en bankafschriften de enige bronnen zijn.

Herkent u deze situatie?

In een adviesgesprek brengen wij uw juridische positie in kaart en bespreken wij welke routes er zijn. Na uw aanmelding neemt ons secretariaat binnen een werkdag contact met u op.

Bespreek uw situatie met ons
Logo Nederlandse Orde van Advocaten
Raad-voor-rechtsbijstand-high-trust-logo